De wereld op zijn kop

Tegenwoordig sta ik 3x per dag op mijn kop. Heel goed voor je rug, je organen en je hersenen omdat het bloed naar boven -wat nu beneden is- stroomt. Je schijnt er gezonder van te worden, yogi’s over de hele wereld doen het en als kind hebben we het allemaal vaak gedaan. Het voelt goed, ik ontspan ervan. Even uit de normale routine.

Zo op zijn kop ziet de wereld er heel anders uit. De vloer boven, het plafond onder, de onderkant van de kast en het bed…. Ik zie dingen die ik anders niet zie. Zo zag ik laatst een sok en een zweetbandje onder de verwarming hangen. ‘Daar zijn ze dus!’, dacht ik. Want die was ik al een tijdje kwijt. Blijkbaar tijdens het drogen langzaam er achter gezakt tot ze er aan de onderkant er weer uitkwamen en ik ze – op mijn kop- kon zien.

Je ziet alles anders vanuit een andere positie. Dat geldt niet alleen voor de kopstand en een paar gemiste sokken. Ook als ik vastloop met een probleem thuis of op het werk, helpt het om op een andere manier te kijken. Meestal probeer ik dat zelf te doen en soms heb ik iemand nodig die tegen me zegt: ‘Maar je zou het ook zo kunnen zien’. Of: ‘Heb je het weleens van deze kant bekeken?’. En als ik dat al niet zelf had bedacht, helpt me dat enorm om uit mijn eigen gedachten te stappen en de zaak fris te bekijken.

Buiten je eigen denkkader, out of the box, als je midden in een probleem zit, zie je vaak de oplossing niet. Pas als je bijvoorbeeld afstand neemt, er een nachtje over slaapt, door vragen van iemand anders je focus verlegt, zie je dat je het ook anders kunt zien.

Hoe werkt dat nou eigenlijk?
Iedereen heeft zijn eigen blinde vlek, je ziet wat je verwacht te zien. Misschien ken je wel die tekening van een oude en een jonge vrouw in hetzelfde beeld: als je eenmaal de jonge vrouw ziet, kun je bijna niet meer de oude vrouw zien, terwijl die er ook is, en iemand anders juist alleen de oude vrouw ziet. Door van perspectief te wisselen, zie je dus meer en andere dingen. Een goede gewoonte om dat regelmatig te doen.

Als je niemand in de buurt hebt die het nét even anders ziet, kun je ook zelf een andere positie innemen. Een stapje naar achteren, naar links of naar rechts, doet wonderen bij het oplossen van praktische problemen. Daarmee stap je denkbeeldig uit je eigen ‘box’. Of je gaat op een tafel staan en bekijkt het eens van boven.

Bij problemen in je hoofd, waarbij het meer gaat om je denkkader, kun je bijvoorbeeld gaan fantaseren. Maak het probleem maar eens belachelijk, of zo groot mogelijk. Of bedenk wat je zou doen als alles mogelijk was. Je kunt ook het probleem zo groot mogelijk denken (wat als álles misgaat…). Of een strip tekenen waardoor het humoristisch wordt. Waarschijnlijk komen er dan ineens andere oplossingen boven.

Als ik in gesprek met iemand het even niet meer weet, ga ik vaak even naar de wc. Meestal schiet me dan ineens iets te binnen wat helpt. Wat maar weer bewijst dat een andere plek of positie je anders helpt kijken. Ik experimenteer dus nog maar nog even door met op mijn kop staan. ben benieuwd wat voor inzichten me dat gaat opleveren.