Het zonnetje in je hoofd aanzetten

gras klein

Een paar weken geleden kwam Marieke bij mij voor coaching. Ze was 13 jaar, dus de intake deed ik met haar moeder erbij. Marieke zat niet zo lekker in haar vel. Slecht slapen, veel piekeren, ruzies met haar vriendinnen. Ongemakkelijk zat ze op haar stoel terwijl ik haar en haar moeder vragen stelde. Maar na de kennismaking gaf ze aan wel een traject met mij te willen doen.

Het was even zoeken om een ingang te vinden. Er was niet echt iets bijzonders gebeurd, op school ging het goed, maar ze piekerde veel en voelde zich niet zo fijn. Ze moest wennen aan de rare vragen die ik stelde: waar voel je dat dan, en wat voor gevoel is dat? En wat wil je ervoor in de plaats? Hoe wil je dat het is over twee maanden? Ik legde haar uit dat je naar voelen en negatieve gedachten elkaar versterken. Als je negatieve dingen denkt, voel je je daar meestal rot over. En als je je rot voelt, denk je meestal niet zo positief over jezelf. Gaandeweg werd ze wat meer open en konden we aan de slag.

Ik zocht een metafoor om uit te leggen hoe het werkt in je hoofd. Bij volwassenen leg ik uit hoe je hersenen werken en hoe je daar op een positieve manier invloed op kan uitoefenen. Maar nu had ik iets nodig wat simpeler was. Ik bedacht een tuintje waarin bloemen en onkruid groeiden. ‘De bloemen groeien in de zon’, legde ik uit, ‘en het onkruid groeit juist als het bewolkt is in je hoofd. Als je te weinig het zonnetje laat schijnen, dan groeit het onkruid zo hard, dat de bloemetjes niet meer te zien zijn. Dan voel je ook niet zo fijn, want die bloemetjes zorgen er nu juist voor dat je je prettig voelt’. Marieke vulde aan: ‘en als het onkruid hard groeit dan voel ik me niet zo fijn en dan denk ik ook negatief denken over mezelf en alles’.

Ze snapte heel goed dat het zonnetje haar zou helpen om zich prettiger te voelen. Samen zochten we naar een manier om vaker het zonnetje in haar hoofd aan te zetten. ‘En het leuke is: het hoeft niet echt te zijn’, vertelde ik haar. ‘Doe maar alsof, dat werkt ook. Of je nu fantaseert over een tropisch eiland of terugdenkt aan een leuk dagje uit, alles is goed’. Naast de oefeningen die ze met mij deed, zou Marieke elke dag iets positiefs bedenken en dat opschrijven. ‘En als je dan iets leuk hebt bedacht, verzin er dan maar een muziekje bij waar je blij van wordt’, gaf ik als extra opdracht mee.

Stapje voor stapje ging het beter. Ze merkte dat aan leuke dingen denken, haar een fijn gevoel gaf. Dan kon ze ook makkelijker positief denken over zichzelf en zich dingen niet zo aantrekken die anderen tegen haar zeiden. De derde keer dat ze bij me kwam, gaf ze aan dat het haar elke dag lukte om aan leuke dingen te denken. ‘En hoe voel je je nu?’ vroeg ik. ‘Ik voel me veel beter’, was het antwoord. ‘En hoe is het met het zonnetje in je hoofd?’, wilde ik nog weten. ‘Dat schijnt elke dag!’ lachte ze.