Hooikoorts bestrijden met Stratego

1-IMG_2515

Op een van die mooie dagen vorige week kwam ik buiten Tarik tegen, mijn buurjongen van 9 jaar. ‘Heb jij ook zo’n last van hooikoorts?’ vroeg hij me. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘vroeger wel, maar daar ben ik nu van af. Weet je, ik kan bij jou ook wel iets doen zodat je er geen last meer van hebt’. Hij keek me vol ongeloof aan. ‘Hoe dan?’ ‘Nou, dan ga ik tegen je praten en dan moet je iets doen en dan verandert het in je hersenen’, zei ik. ‘Net zoals hypnose?’ vroeg hij. ‘Ja, net zoiets’, zei ik lachend. En ik vroeg me af hoe ik hem zou uitleggen wat we nu eigenlijk gingen doen.

Een allergie is in feite een foutje van je immuunsysteem. Dat kun je meestal vrij simpel repareren. De meeste mensen niet zijn geboren met deze allergie of intolerantie, maar hebben deze ontwikkeld. Dat betekent dat je immuunsysteem ooit wel goed heeft gewerkt op de dingen waar het nu te heftig op reageert. En dat je als het ware een knopje kunt omzetten naar hoe het eerst was, en hoe het ook hoort te zijn.

Tarik kwam de volgende middag na school bij me langs. Ik vroeg hem of hij het spel Stratego kent, een bordspel waarbij het ene leger tegen het andere strijdt. Dat kende hij gelukkig, dus kon ik dat gebruiken om de werking van het immuunsysteem aan hem uit te leggen.

‘In je lichaam zitten allemaal kleine cellen en beestjes die je helpen gezond te houden. Die zorgen er bijvoorbeeld voor dat er voeding komt  zodat je je spieren kunt bewegen. En er is een soort legertje in je bloed, dat alles wat schadelijk voor je is, onschadelijk maakt. Vergif dus, waar je heel ziek van zou worden. Dat legertje is verdeeld in allerlei gespecialiseerde mannetjes: de een zoekt in het bloed naar schadelijke dingen, net als de verkenners bij Stratego. Als zo’n verkenner iets heeft gevonden waarvan hij denkt dat dat gevaarlijk is, zoekt hij iemand die dat onschadelijk kan maken’, vertelde ik Tarik. ‘Net zoals een mineur een bom op kan ruimen’, snapte hij. ‘Inderdaad’, antwoordde ik.

‘Wat er nu gebeurt bij een allergie, is dat die verkenners in de war zijn en ook reageren op dingen die lijken op stoffen die schadelijk zijn. En zo blijven ze heel de tijd de mineurs erbij halen om alles op te ruimen wat eigenlijk niet hoeft. En dan moeten ze allemaal heel hard werken. Als er pollen in de lucht zijn bijvoorbeeld: dat zijn er heel veel tegelijk. Dus dan krijgen ze nooit rust en dan voel jij je moe, prikken je ogen en moet je steeds niezen’.

Ik vertelde hem dat we nu zijn verkenners weer gingen leren hoe het moest. Nadat ik achterhaald had wanneer Tarik nog niet allergisch was, liet ik hem dit herbeleven. Daarna loodste ik hem stap voor stap door de methodiek heen. In feite vertelden wij samen aan zijn immuunsysteem dat pollen dingen zijn waar het niet op hoeft te reageren. Ze zijn niet schadelijk. Je ademt ze in, en je ademt ze ook gewoon weer uit. Daar hoeven geen mineurs bij te komen. Ik zag het kwartje vallen in zijn systeem en stuurde hem naar buiten om te testen. ‘Ga maar even een rondje fietsen’, tipte ik hem.

10 minuten later was hij terug, lachend. ‘Ik had helemaal geen jeukende ogen, zei hij. ‘Knap van jou dat je dat kan!’. ‘Het is juist knap van jou, Tarik’, zei ik. ‘Je hebt het helemaal zelf gedaan. Je hebt je eigen legertje anders aangestuurd, zodat het nu weer goed werkt’. Blij rende Tarik naar zijn vrienden om weer lekker buiten te spelen.